Welkom op
Hobbysite-Christa.nl
Voor vragen en/of opmerkingen
mail dan naar:
Cheba1958@home.nl
Nieuws
Op het blad creatief zijn knutselwerkjes toegevoegd.
Veel lees- en kijkplezier.
De websites van mijn bedrijf digitaalGedenkteken.nl en dgwebdesign.nl zijn online.
Juli 2011
November 2011
Zaaien, verspenen, afharden
Het zaaiproces is onder te verdelen in drie fasen: Zaaien, Verspenen, en afharden.
De uitleg is dan ook verdeeld in deze drie fasen.
Het groeiproces is gebaseerd op een aantal chemische reacties. Ook hier geldt : hoe hoger de temperatuur, hoe sneller die reactie verloopt.
In de praktijk betekent dat: hoe warmer de zaden gehouden worden, hoe eerder de zaden ontkiemen. Uit experimenten is gebleken dat een temperatuur van 21° C een goede temperatuur is voor de ontkieming van de meeste bloem- en groentezaden.








Het ontkiemde zaad.
Tijdens het kiemingsproces moet het zaadje ontwaken uit zijn rustperiode en zich ontwikkelen tot een jonge plant.
Als de voorwaarden waaronder de zaden moeten ontkiemen niet aanwezig zijn, bevindt het zaad zich in de kiemrust. Er vindt dan nog geen ontkieming plaats, terwijl het zaad wel leeft.
Water is van groot belang voor de ontwikkeling van het plantje. Zodra het zaad voldoende water heeft opgenomen, begint het kiemplantje het wortelstelsel en de stengel te vormen, die vervolgens door de zaadhuid heen breken.
Om te groeien spreekt de kiemplant zijn reserves aan. Uit de lucht en koolhydraten wordt de benodigde hoeveelheid energie voor de groei geproduceerd. Het is dus belangrijk dat de aarde luchtig genoeg is.
Als de zaailingen een langere tijd in de bak blijven staan, hebben ze wat vloeibare mest nodig, omdat de meeste zaaigrond alleen fosfaat bevat.
1.
Grote zaden in water (12-24 uur) weken voor ze gezaaid worden.
2.
Vul een bak met aarde tot aan de rand.
3.
Druk met de vingers de aarde tot in de hoeken.
4.
Strijk de overtollige aarde af met een plankje.
5.
Druk de aarde tot op een halve centimeter onder de rand.
6.
Zaai de helft van de zaadjes in de bak terwijl je het zakje laaghoud.
7.
Draai de bak 90° en zaai de rest.
8.
Bedek met een zeef de zaadjes met een laagje aarde.
9.
Voorzie de bak van een label met datum en volledige naam van de zaadjes.
10.
Gebruik een gieter met een fijne straal om water te geven.
11.
Bedek de bak met een glasplaat om de zaadjes vochtig en warm te houden.
12.
Leg nu een vel papier over de glasplaat om temperatuurs-schommelingen klein te houden
Zodra de zaailingen hanteerbaar zijn, kunnen ze worden overgeplant in een zaaibakje met nieuwe aarde waarin ze meer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Dit wordt verspenen genoemd.
Vul de bak met potgrond voor jonge plantjes en strijk het teveel aan aarde met een plankje af.
Druk daarna aan tot ongeveer een centimeter onder de rand.
Geef de zaailingen water en zorg dat de aarde loskomt van de kanten door een paar tikken op de rand te geven. Pak de zaailing beet bij de zaadlobben ( deze zijn meestal afwijkend van de bladeren erna) en haal voorzichtig de zaailing eruit met een pootstokje zonder al teveel worteltjes te beschadigen.
Maak met het pootstokje een gaatje in de aarde, zorg dat het diep en breed genoeg is gemaakt want de worteltjes moeten erin passen.
Zet het plantjes erin en zet alles erna op een warme plaats.
Verspenen
1.
Verwijder de glasplaat en het papier zodra de zaailingen verschijnen.
2.
Besproei de zaailingen met water, maar zorg ervoor dat de grond niet te nat wordt.
3.
Bespuit met fungicide op basis van natuurlijke stoffen om kiemrot te voorkomen of in de hand te houden.
4.
Pak de zijkanten van de bak en til hiermee op de werktafel, zodat de aarde met zaailingen loskomen.
5.
Maak de grond verder los met bv een pootstokje, waarbij zaailingen omhoog komen.
6.
Haal een plantje uit de grond door het voorzichtig bij de zaadlobben vast te houden.
Zodra de plantjes gaan groeien worden ze op een koelere plaats gezet.
Houd deze wel goed gesloten.
Na een paar weken kan de bak opengezet worden.
Bedek de bak met riet indien er kans bestaat op vorst, bv met een rietmat.
Controleer regelmatig of de plantjes nog vochtig genoeg staan.
Geef ook nooit teveel water, ze kunnen beter bijna uitdrogen dan dat ze te nat staan (kans op rottingsziekten).
Vergeet ze niet te voeden met vloeibare mest, kijk goed op de verpakking om de hoeveel tijd, en hoeveel ze dienen te krijgen.
Overdrijf zeker niet met de voeding want dan groeien de planten uit hun krachten en hebben ze veel minder weerstand tegen allerlei ziekten.
SUCCES
Afharden
Zodra de zaailingen verspeend zijn moeten ze langzaam maar zeker gaan wennen aan de temperatuur en andere weersomstandigheden, zoals regen, wind..waarin ze straks als volwassen planten zullen leven. Dit proces heet afharden.
7.
Houd de zaailing in de hand. Maak met een pootstokje een gaatje in de verse aarde.
8.
Zet het plantje erin en druk de grond goed aan.
9.
Geef de plantjes water en zet ze op een warme plaats (21°).
10.
Bedek de koude bak met rietmatten of een laag isolatie om de planten tegen de vorst te beschermen.
11.
Zet de bak open om de plantjes af te harden.
12.
Geef water met een gieter en voeg mest (voeding) toe.
©2009-2011 All copyrights by Hobbysite-Christa.nl designed by Christa Crombez